Information about of different web hosting plans. Users submitted reviews for inmotion hosting company.

bigletter welcomeArizona - The Grand Canyon state.

De hoofdstad van Arizona is Phoenix, dat is ook gelijk de grootste stad. Het is de op 5 na grootste staat met 6.338.000 inwoners op 295.000 vierkante kilometer. Route66 heeft een lengte van ongveer 635 km waaronder het langste onafgebroken stuk tussen (ongeveer) Ashfork en Oatman.
In Arizona mag je zonder helm rijden als je ouder bent dan 18 jaar. Het is niet toegestaan om in een file tussen twee rijen auto's door te rijden.

In Arizona zijn routes terug te vinden die al honderden zo niet duizenden jaren in gebruik zijn. Veel van deze routes volgen de contouren van het terrein en lopen langs plaatsen waar water te vinden is. In 1848 kocht de VS grote delen van Arizona van Mexico en er werden onderzoekers naar het nieuw gekochte land gestuurd om te kijken wat geschikte transport routes waren. Een van die onderzoekers was Lieutenant Edward Fitzgerald Beale die tusen 1857 en 1859 een pad vrijmaakte van Fort Smith in Arkansas en de Colorado Rivier. Laat in de jaren 1800 trokken er via dit pad al duizenden geluskzoekers, boeren, militairen en handelaars. De spoorwegen volgden al snel en rond 1883 werd de transcontinental Atlantic and Pacific Railroad aangelegd. Vrijwel direct ontstonden er langs die spoorbaan stadjes en de straten die door deze stadjes liepen en ze onderling verbonden vormden de basis voor Route66. In 1926 liep er ongeveer 400 mijl Route66 door Arizona maar vrijwel niets daarvan was verhard, een klus die pas in 1938 werd afgerond.
Na de 2e wereldoorlog zag Route66 en enorme groei in verkeer en de situatie werd in veel stadjes onhoudbaar. Een op de zeven ongelukken in heel Arizona vond plaats op Route66 en de weg kreeg de bijnaam Bloody66.
De route werd wel om een paar van de gevaarlijkste plekken heengelegd (Ash Fork Hill in 1950 en Oatman in 1952) maar de route bleef erg druk en gevaarlijk.
De Federal Aid Highway Act uit 1956, ook wel bekend als de National Interstate and Defense Highways Act, maakte miljoenen dollars beschikbaar voor de aanleg van een moderne snelweg met minimaal 2 banen in beide richtingen en een gelimiteerd aantal op- en afritten.
Het duurde echter minstens 10 jaar en kostte meer dan $375 miljoen voordat de hele Interstate klaar was.
Het laatste stuk was een stuk van 6 mijl langs Williams, het laatste Route66 stadje dat gepasseerd werd door de snelweg.
 

Grotere kaart weergeven
  Als je afslag 346 van de I40 neemt kom je op de oude Querino Dirt Road.Het is een zandweg dus bij regen slecht begaanbaar. Als het droog is is het wel een erg fraai stukje van de route. Halverwege kom je over de Querino Canyonbridge, een prachtige oude constructie die nog steeds goed begaanbaar is.
Sanders Van het plaatsje is weinig bijzonders over. Voor de echte liefhebbers onder ons: er staat een oude Valentine diner die men op een unieke manier aan een bestaande trailer heeft gekoppeld waardor er een vreemd gebouwtje ontstaan is.
  Exit 320: Painted desert trading post. Deze is niet meer vrij toegankelijk en alleen bereikbaar op afspraak.
Holbrook
2993k

Holbrook is nu een stoffig en stil stadje. Het is geen ghosttown maar het is nou ook niet bepaald erg levendig. Dat is wel anders geweest! In 1882 werd de stad opgericht en werd in eerste instantie voornamelijk bewoond cowboys, spoorwegmedewerkers en dergelijke. De wet werd er niet of nauwelijks nageleefd, er werd gezopen en gegokt bij het leven in de veel saloons in het centrum en naast die saloons waren er veel bordelen die goede zaken deden. Veelbetekenend is dat een van de meest populaire saloons de naam ‘Bucket of Blood’ had. De stad stond bekend als ‘de stad te ruig voor kerken’ en je kwam er weinig gezinnen met vrouwen en kinderen tegen. Pas in 1914 werd er de eerste kerk gebouwd.

Op 19 juli 1912 rond 19:15 vloog er een felle vuurbal over de stad en er waren enkele luide explosies te horen waarna er duizenden stenen uit de lucht vielen. Dit was het gevolg van een meteoriet inslag waar nu nog steeds mensen op afkomen in de hoop materiaal van die meteoriet te vinden.

Tegen de tijd dat Route66 door de stad kwam was het ruige leven grotendeels gekalmeerd en de vele kroegen en bordelen werden gestaag vervangen door hotels, trading posts, benzinestations en restaurants. Na het in gebruik nemen van de snelweg stopten veel van deze activiteiten maar restanten zijn nog steeds te vinden zoals het WigWam hotel en Joe&Aggie’s restaurant.

Dat de stad het slechte imago verdiende blijkt wel uit de uitnodiging voor de ophanging van George Smiley op 8 december 1899:       De gouverneur uit die tijd vond dit wel een beetje te veel en stond erop dat de uitnodiging aangepast werd. De sheriff vond dat wat overdreven dus maakt een aangepaste versie:
 

Restaurant:
Joe & Aggie’s cafe is moeilijk om te missen want het staat ongeveer op het centrale kruispunt in Holbrook en heeft een grote route66 kaart op de zijkant van het gebouw. Dat en het feit dat het vlakbij het WigWam hotel ligt maakt het een grote trekpleister voor toeristen.
Het restaurant is geopend in 1943 door Tom Smithson die het oorspronkelijk het Cactus Cafe noemde. Joe en Aggie kochten het in 1945 en het is sindsdien in de familie gebleven. Als je binnenkomt zie je meteen kasten vol Route66 souvenirs maar laat dat niet de enige reden voor een bezoek zijn. Ze hebben een uitstekende mix van Mexicaanse en Amerikaanse gerechten en hun Chiles Rellenos en appel burritos zijn uitstekend.

In de aftiteling van de film Cars wordt Joe&Aggie’s genoemd als een van de inspiratiebronnen voor de film!

Adres: 120 W. Hopi Drive.
Telefoon: 866-486-0021
Website: joeandaggiescafe.com

Hotel : Wigwam Motel
In 1936 bouwde ene Frank Redford het eerste WigWam Hotel (onder de naam WigWam Village) in Cave City, Kentucky. Chester Lewis kwam daar in 1938 langs en was zo onder de indruk dat hij de bouwplannen kocht van Frank Redford tezamen met het recht om de naam te gebruiken. Onderdeel van de overeenkomst was dat er in iedere wigwam een radio werd geïnstalleerd die op muntjes werkte, een dubbeltje voor 30 minuten muziek en de opbrengst daarvan ging naar Frank Redford.

Tussen 1936 en 1955 werden er 7 WigWam hotels gebouwd, degene in Holbrook is Wigwam Village #6.

Het bestaat uit 15 wit en roodbeschilderde betonnen teepees met een stalen frame, 21 voet in doorsnee en 28 voet hoog en zijn allen uitgerust met een douche, toilet, airconditioning en tv. Tussen de teepees staan klassieke auto’s geparkeerd en het kantoor zit in het oude benzinestation waar overigens de benzinepompen van verwijderd zijn.
Een foto genomen tijdens de bouw:
Laat in de jaren 70 werd Interstate 40 geopend en de zaken gingen daarna zo slecht dat de Chester Lewis zaak verkocht. De nieuwe eigenaran verkochten alleen nog benzine en de WigWams bleven buiten gebruik. In 1988, 2 jaar na het overlijden van Chester Lewis kochten zijn vrouw en kinderen het hotel terug om het, na renovatie, weer te openen. De benzine pompen werden verwijderd en het kantoor werd uitgebreid to museum waar de privé collectie van Chester Lewis werd tentoongesteld met indiaanse gebruiksvoorwerpen, versteend hout, memorabilia uit de Amerikaanse burger oorlog en Route66 souvenirs. wigwam hotel
Wigwam Village Motel #6 is in 2002 opgenomen in het National Register of Historic Places. Van de andere 7 WigWam hotels bestaan er nog 2: nr2 in Cave City, Kentucky en nr7 in San Bernardino, California.
N.B., de receptie gaat pas om 15:00 uur open, voor die tijd kun je niet inchecken.
Adres : 811 West Hopi Drive
Website : http://www.galerie-kokopelli.com/wigwam
Telefoon : (928) 524-3048.

 

Grotere kaart weergeven
Joseph City
3014k
Bij afslag 274 ligt het plaatsje Joseph City.
Het is rond 1876 opgericht als woonplaats van een groep mormonen en wordt nog steeds  voornamelijk doro mormonen bewoond.

Aan een doodlopend stuk van Mainstreet aan de westkant van de stad ligt het restant van Ella's Frontier post, een oude trading post.
Jackrabbit Trading Post
Jackrabit 1

Overigens is de gelijkenis van hun reclame bord met dat van een
bord uit de film 'Cars' niet geheel toevallig:

Met de komst van de snelweg was het voor veel trading posts en souvenirwinkels onmogeijk om open te blijven. De meeste reizigers kwamen via de Interstate en, als ze al ergens wilden stoppen, konden de snelweg niet zo maar af.
Jim Taylor en zijn vrouw Cindy waren in 1949 de JackRabbit trading post begonnen en vreesden datzelfde probleem. Gelukkig zat de opa van Cindy in de staf van de gouverneur in die tijd en hij zorgde ervoor dat de trading post een eigen afrit kreeg. Daardoor krijgen toeristen nu de kans om een foto te laten nemen terwijl ze op de JackRabbit zitten.
jackrabbit
Jackrabbit2 jackrabbit3
Website : http://www.jackrabbit-tradingpost.com
Adres : 3386 Old Highway 66
Telefoon : (928) 288-3230.
 

Grotere kaart weergeven
Winslow
3049k
Winslow is ontstaan omdat een van de weinige veilige plekken was waar je de Little Colorado River veilig over kon steken.
Als je interstate verlaat bij afslag 257 is een van de eerste dingen die je ziet een gedenkteken voor het New York World Trade Centre, compleet met stalen balken die uit het WTC kwamen na de aanslag.



Website: http://www.standinonthecorner.com/
 In vroeger tijdens stond op de hoek van North Kinsley Avenue en 2nd street een winkel.

Deze is een aantal jaren geleden afgebrand maar de buitenmuur met muurschildering is bewaard gebleven.
De Eagles zongen al : "Standin on a corner in Winslow, Arizona Such a fine sight to see - It's a girl my Lord in a flat bed Ford slowin down to take a look at me ..."   Dit is de straathoek waar ze over zongen.


Het ziet er misschien niet zo uit maar het is een groot schilderij inclusief de weerspiegeling van de auto met de vrouw die uit het raam kijkt, de vogel voor het raam op de 1ste etage en het stel dat staat te kussen.
Nu kun je er een midden op straat een foto maken van (denk ik) het grootste route66 schild ter wereld:


Hotel : Earl's Motor Court Winslow
Dit Mom&Pop motel wordt beheerd door Lee en Floranel Earl en is het Route66 oudste motel van Winslow. Het is oorspronkelijk gebouwd in de jaren 40 onder de naam Marble Hotel maar is later van naam veranderd. Het is een schoon en comfortabel hotel met fatsoenlijke prijzen (tussen de 50 en 60 USD).
Website : http://www.earlsmotorcourt.com

Telefoon : (928) 289-0188 or e-mail This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.


Hotel : La Posada http://www.laposada.org. Een duur hotel maar naar het staat erg hoog angeschreven, zowel het restaurant als het hotel.
Meter City trading post

Bezienswaardigheid: World's Longest Map of Route 66. Meteor City is een souvenir winkel met vier specialiteiten:
- Het gebouw zelf is een koepel met een regenboog.
- Op het terrein van de winkel staan een heel aantal TeePee's.
- Op het terrein staat de grootste dreamcatcher ter wereld.
- Op het terrein is de langste kaart ter wereld van Route66.
(een dreamcatcher is een circel met decoraties aan de buitenkant met een webachtig binnenwerk. het idee is dat je die bij je bed hangt waardoor de nachtmerries verstrikt raken in het web en jij daardoor rustig kunt slapen.)
Het geheel is te vinden op ongeveer 35 mijl ten oosten van Flagstaff maar heeft zijn beste tijd wel gehad, heb je haast verspil hier dan geen tijd.
meteorcity
Tja, bedenk eens hoe blij jij zou zijn als je in een dorpje met 2 inwoners woont (en je mag de ander niet...)

meteorcity

Het laatste nieuws over de Trading Post is dat hij op 23 december 2012 voorgoed zal sluiten.

Meteor Crater Vanaf de interstate zie je vlak voor 2Guns een ruine met een toren aan de linkerkant. Dit is het overblijfsel van het Meteor Crater museum. Verbazingwekkend hoe zo'n stevig uitziend gebouw zo snel kan vervallen!
Two guns trading post

Deze trading post is een ghosttown op zichzelf. Ooit bestond het uit een trading post met een heel aantal gebouwen en gebouwtjes plus een benzinestation. Tegenwoordig duurt het vreselijk lang voordat je er benzine kunt tanken!

 
2guns 2guns1
twoguns Recentelijk is het hele gebied gekocht door een amerikaanse acteur maar wat die er mee wil is nog niet geheel duidelijk. Zolang het nog kan is het absoluut een bezoekje waard maar kijk wel uit voor je banden, er ligt erg veel glas en andere rommel in het rond.
Onderstaand kaartje laat goed zien hoe de indeling was van de trading post maar ook hoe de wegen in de loop der jaren zijn veranderd:
2 guns weg verschillen

Bezienswaardigheid : Canyon Diablo
Als je voertuig het aankan is het zeker de moeite waarde deze ghosttown te bezoeken. De weg erheen is niet moeilijk te vinden, het is de enige weg die de prairie inloopt vanaf de Two Guns trading post. Bedenk wel dat de weg met een normale auto niet begaanbaar is, betreden op eigen risico dus! In vroege tijden was Canyon Diablo een van de wildste stadjes in de wijde omgeving. Niet zo bekend als Abilene of Tombstone maar als je de verhalen mag geloven ging het er in Canyon Diablo veel erger aan toen.

In 1881 kwam de spoorweg in de buurt en ze kwamen tot Canyon Diablo toen het geld op was. De werkploegen kampeerden in de omgeving, wachtend op hun geld en al snel ontstond een soort plaatsje. Het groeide snel omdat het een kruispunt was van verkeersstromen en binnen de kortste keren waren er een heel aantal kroegen en bordelen om vertier te bieden aan de ruim 2000 inwoners waarvan er veel gezocht werden wegens allerlei misdaden. Er was geen sherriff en de hoofdstraat heette Hell Street met mistens 14 kroegen met namen als The Last Drink en Road to Ruin. Er waren 10 gokhallen, minstens 4 bordelen en een aantal danshuizen die eigenlijk ook gewoon bordelen waren.
Twee van de bordelen tegenover elkaar waren eigendom van voormalige prostituees, Clabberfoot Annie en BullShit Mary. Ze stonden vaak op de stoep van hun bordeel, de ander uitscheldend, tot een van de twee het niet meer aankon en een gevecht met de ander begon. Een keer gingen ze zo ver dat ze midden in de straat eindigden, vechtend en aan elkaars kleren trekkend, net zo lang tot ze beiden naakt waren. Op dat moment rende Clabberfoot Annie haar bordeel in waarna ze naar buiten kwam met een geweer. Bullshit Annie probeerde nog weg te komen maar werd midden op straat in de rug geschoten.

Aangezien er geen sherriff was waren berovingen, gevechten en moord alledaagse kost. Een kroeg kon zo maar van eigenaar veranderen als een bezoeker de eigenaar doodschoot en zichzelf daarna tot nieuwe eigenaar verklaarde. Veel karavanen op weg naar het stadje werden beroofd en het gebeurde wel dat de eigenaars van een karavaan nieuwe rovers inhuurden om de vorige rovers van de geroofde goederen te beroven. Uiteindelijk werd het te gek en hebben de zakenlieden en kroegeigenaren uit het stadje zichzelf georganiseerd en geld bijeengebracht om een sherriff in te huren.
Dat was echter nog niet zo simpel. De eerste sheriff werd om 3 uur in de middag aangesteld en nog diezelfde dag om 8 uur ‘s avonds begraven. De tweede sheriff hield het zowat twee weken vol voor ook hij begraven werd op Boothill.  De derde sheriff droeg altijd een dubbelloops geweer waarmee hij een heel aantal criminelen doodschoot of verwondde. Dat duurde ongeveer drie weken waarna iemand hem in de rug schoot, niet met 1 kogel maar in totaal zo’n 45. De dader pauzeerde zelfs tussendoor een aantal malen om zijn 6-schots pistool te herladen! Ook de vierde sheriff deed het niet veel beter en overleed na 6 dagen door een schot midden in zijn gezicht.

Daarna werd het stil in die zin dat er geen nieuwe sheriff gevonden werd. Pas na een aantal weken kwam er een man uit Texas, ene Bill Duckin, die de baan aannam in ruil voor een dak boven zijn hoofd en genoeg eten. Een van de eerste dingen die Bill deed was het bestellen van nieuwe kleding waaronder 2 lange zwarte jassen. Bij een van die jassen verwijderde hij de binnenkant van de zakken zodat hij direct bij zijn pistolen kon die hij onder de jas droeg. De andere jas liet hij heel zodat hij die kon dragen als hij naar de kerk ging (zodra die gebouwd was). Bill hield het 30 dagen vol en in die tijd doodde hij 20 desperado's terwijl hij er nog een heel aantal meer verwondde. Na die 30 dagen ging hij zijn eerste salaris halen en daarvoor kleedde hij zich netjes aan, inclusief zijn goede jas. Op weg naar het centrum kwam hij langs de Colorado Saloon waar net een beroving was geweest. De rover kwam naar buiten met een zak geld in zijn ene hand en een pistol in de ander. Bill beval hem te stoppen maar was vergeten dat hij zijn goede jas aan had dus kon niet zo maar bij zijn pistolen. Voordat hij iets kon schoot de rover hem dood.
De volgende man die sheriff werd was "Fightin Joe" Fowler, de man die als sheriff ruim 20 misdadigers doodschoot in Gallup. Na een dag of 10 ging hij op de vlucht nadat er drie aanslagen op zijn leven waren geweest.
Daarna kon men geen nieuwe sheriff vinden maar de spoorweg maatschappij kreeg genoeg geld bij elkaar om verder te gaan met de aanleg van het spoor en daarmee verdween vrijwel op slag het leven uit het stadje en bleef er niet veel meer dan het station over. Daarmee was er geen sheriff meer nodig maar dat wil niet zeggen dat de restanten van het stadje en de omgeving opeens braaf werden.

Treinen op weg naar het Canyon Diablo station werden regelmatig beroofd en een van de grootste beroving leverde ruim $100.00 op, samen met $40.000 in gouden munten, 2500 zilveren dollars en behoorlijk wat sieraden. De rovers gingen er van door, wetende dat er al snel een zoektocht naar ze op touw gezet zou worden. Daarom gingen ze uit elkaar, 2 naar het zuiden en 2 naar het westen. De zoektocht begon inderdaad de volgende ochtend en werd, helaas voor de rovers, geleid door William O. "Bucky" O'Neil, een zeer ervaren spoorzoeker. Al vrij snel werden de eerste twee gearresteerd in Arizona. De andere twee werden in Texas gearresteerd en alle 4 kregen ze een gevangenisstraf van 25 jaar. Ze hadden alleen in totaal slechts $100 bij zich en bekenden dat de gehele buit te zwaar was geweest om mee te slepen dus hadden ze die verdeeld en onderweg begraven. Ze begroeven de buit tussen een groep bomen in de buurt maar tegen de tijd dat dat bekend werd waren de bomen gekapt voor brandhout en de buit is nooit teruggevonden al hebben velen er naar gezocht!

In 1905 kwamen 2 cowboys, John Shaw en William Evans, de Wigwam Saloon in Winslow binnen en bestelden een glas whiskey. Op dat moment zagen ze een tafel waaraan gegokt werd om 500 zilveren dollars. Na enig fluisteren besloten ze de zaak te beroven waarna ze het stadje uit vluchtten. Ze werden al snel gevolg terwijl ze met de trein op weg waren naar het station van Canyon Diablo. Toen de rovers in het grotendeels verlaten stadje rondliepen werden ze opgemerkt door de achtervolgende groep en in het daaropvolgende gevecht werd John Shaw doodgeschoten. Nadat men hem in Canyon Diablo begraven had werd de gewonde Willam Evans mee terug genomen naar Winslow.

Twee avonden later hadden een stel cowboys in de Wigwam Saloon nogal veel gedronken toen ze hoorden van de beroving. Ze besloten dat, aangezien de twee rovers nooit de tijd hadden genomen om hun whiskey op te drinken, ze dat alsnog zouden regelen. Met een heel aantal flessen whiskey bij zich stapten ze op de trein naar Canyon Diablo waar ze vroeg in de morgen het lichaam van john Shaw opgroeven. Naast het graf hielden ze hem rechtop waarna ze een fles whiskey in zijn mond leeggoten. Daarna hebben ze hem her-begraven met een halve fles whiskey naast zich. Er was een fotograaf bij het evenement en de 6 foto’s die hij maakte hebben tot in de jaren 40 in de Wigwam saloon gehangen.

Twin Arrows trading post.
twinarrows

Een paar mijl voor Winona liggen (staan) de restanten van de Twin Arrows trading post. Helaas is deze al een tijd gesloten en de gebouwen zijn in slechte staat. Recentelijk zijn wel de twee pijlen gerestaureerd zoals op deze foto van Johan te zien is.

In de diner ernaast hadden ze grappen op het menu staan als gemarineerde 1000-pootjes en een pudding van hagedissentong.
Helaas, we zullen niet snel weten hoe bijzonder deze gerechten smaakten!

 

twinarrowsdiner.jpg
Winona
3123k
Bezienswaardigheid : helemaal niets! De enige reden dat dit dorpje bekend is geworden is omdat Bobby Trooop het in zijn 'Get your kicks on Route66' bezong maar in tegenstelling tot wat hij daar zingt mag je het gerust vergeten.
Flagstaff
3149k

Het centrum van Flagstaff is niet onvriendelijk met een hoop historische gebouwen. De aanwezigheid van een vrij grote universiteit zorgt voor veel leven in het stadje en als je in de buurt bent is het aanbevolen wat te gaan drinken in The Museum Club.


Restaurant: The Galaxy Diner
Dit is een klassieke met prima eten voor een fatsoenlijke prijs.
Adres: 931 West Hwy 66 Hotel: King's House hotel. Een prima hotel al hoor je de treinen wel goed.

 
Williams
3202k
Williams is een ongewoon stadje voor Amerika, het centrum bevat namelijk een aantal terrasjes waar je buiten alcoholische dranken mag consumeren. Dat, gekoppeld met live muziek in de avonden, maakt het een leuk plekje om te overnachten. In het centrum staan vele hotels en restaurants met daartussen allerlei winkeltjes en galleries die ook in de avond open zijn dus keuze genoeg. Het is ook al jaren een uitvalsplek voor reizgers die ook 'even' de Grand Canyon willen bezoeken. Je kunt er met de auto simpel komen maar er is ook de luxe trein van Williams naar Grand Canyon Village (http://www.thetrain.com/).
Het reizen naar de Grand Canyon gaat nu wel iets makkelijker dan het was voor de dames op de foto rechts!

Recentelijk is er een nieuw restaurant geopend in WIlliams genaamd The Winchester. Tijdens het eten is er live muziek en een cowboy show. Ik ben er zelf nog niet geweest maar hoor er goeie verhalen over. Het adres is : 301 North 7th Street, Williams, Arizona 86046
Restaurant : In het centrum van Williams staat Rod’s Steakhouse. Het restaurant is geopend in 1946 door Rodney Graves die daar al eerder een cafe had. Als reclame zette hij een grote neon stier op het dak die nu nog steeds aangeeft waar het restaurant is.

In 1958 kochten Lawrence en Stella Sanchez het steakhouse nadat Lawrence er langere tijd zelf gewerkt had als afwasser en later manager en chef-kok. Ze waren zich bewust van de historie van het steakhouse en veranderden dan ook weinig. Het maakten dan ook weinig wijzigingen. Ook een groot gedeelte van de menukaart is ongewijzigd gebleven en de specialiteit, Sugar Dipped Charred Meat is nog steeds aan te bevelen!
Adres: 301 East Route66
Web: http://www.rods-steakhouse.com/



Hotel: Het Westerner hotel is ok als je niets anders kunt krijgen maar je kunt beter terecht bij het Higlander Motel op 533 West Route66. Dit hotel is recentelijk door een Nederlands/Belgisch echtpaar gekocht en ze zijn het helemaal aan het restaureren. Ze zijn zo succesvol dat het hotel is uitgeroepen tot het beste hotel van Williams!

highlander1

Website: http://www.highlander-motel.com/

E-mail: This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Telefoon: +1-877-635-2541

 

highlander2
 

Grotere kaart weergeven
Ash Fork
3231k



Als je Route66 wilt volgen moet je hier de I-40 af. Dit is aan te bevelen, over de I-40 kun je weliswaar veel sneller reizen maar als je hier de oude route volgt kom je door een heel erg mooi gebied! (foto: Jim Hinckley)

Het plaatsje Ashfork is niet erg spannend al kom je er soms mooie herinneringen aan Route66 tegen. Fred Wald maake deze foto van het DeSoto cafe waar nu een manicuursalon in gevestigd is.
Desert Skies

 

Grotere kaart weergeven

Neem hier zowiezo afslag 139 van de Interstate en volg de Crookton Road naar Seligman en Kingman.
Dit is een van de langste onaangetaste stukken van Route66 die nog bestaan en heel erg de moeite waard!

Op het eerste stuk zie je regelmatig links van de weg sporen van een veel oudere versie van de weg, helaas niet meer begaanbaar maar nog wel duidelijk zichtbaar!
Seligman
3270k
Seligman ontstond in 1895 toen James A. Lamport daar een stuk grond claimde en langs de spoorbaan een wegennet aanlegde met blokken van 300 voet (ongeveer 100 meter). Na de komst van Route66 groeide het uit tot een serieus plaatsje. Volgens het Arizona Highway Department reden er in 1937 meer dan 500,000 autos van buiten de staat Arizona over dit stuk Route66, moeilijk te geloven als je nu dit stoffige straatje ziet. Het bleef zo druk tot 1978 toen Interstate 40 geopend werd. In een interview daarover verteld Angel Delgadilo (barbier in Seligman) hoe op een doordeweekse middag het verkeer opeens stopte. Het moet heel vreemd zijn geweest voor de bewoners om van het ene moment op het andere geen auto’s met reizigers meer te zien.

Seligman was een van de eerste plaatsjes langs de oude Route66 waar een aantal zakenmensen samen een lobby begonnen om Route66 te bestempelen als ‘Historic Highway‘ en in 1987 gebeurde dit waarna zij het plaatsje begonnen te adverteren als de “Birthplace of Historic Route 66.” In 2005 werd het centrum van Seligman opgenomen in het National Register of Historic Places.

Bezienswaardigheid : Delgadillo's Snow-Cap Drive-In and Angel's Barbershop
In het midden van het dorpje Seligman heeft Angel Delgadillo een restaurant (snackbar eigenlijk), een souvenirswinkel en een kapperszaakje. Angel Delgadillo is een van de drijvende krachten achter de Route66 revival. Het is niet zo dat hij dat in zijn eentje heeft veroorzaakt maar zonder hem was er aanzienlijk minder gebeurt. Hier staat een leuk artikel over hem: Angel Delgadillo

In het restaurant zijn ze nogal dol op practical jokes dus kijk uit met het zoutvaatje! De souvenirwinkel heeft een groot assortiment maar het speciaalste is wel de kapperszaak waar je je op de echte ourderwetse manier kunt laten scheren.
Telefoon : (928) 422-3291.
Adres : 301 E Chino Ave

N.B. maandags gesloten!

barbier.jpg


Bezienswaardigheid: in Seligman vind je ook de 'Seligman Sundries', een trading post voor souvenirs en drankjes. Het gebouw is ongeveer het oudste gebouw van Seligman en is in 1904 gebouwd als theater. Later werd het een drogisterij , een danszaal en nu tradingpost. In de hoogtijdagen van Route66 heette het nog Ted's Fountain and Trading Post maar bij de hernieuwde opening is ook een nieuwe naam gekomen. Unicum aan deze trading post is dat je er fatsoenlijke koffie kunt krijgen en dat kom je niet vaak tegen in Amerika!
Seligman sundries
 

Website: www.historicseligmansundries.com
Telefoon : 928-853-0051
(klik op de folder voor een grote versie)

(klik op de folder voor een grote versie)

Peach Springs
3329k
Dit plaatsje is de hoofdstad voor de Hualapai Indianen die traditioneel in dit gebied wonen. In augustus 2008 is de Supai canyon vlakbij Peach Springs overstroomd. Op deze pagina is de nodige informatie met filmbeelden te vinden : http://www.peachspringsarizona.com/.
Het plaatsje heeft gedeeltelijk model gestaan voor het fictieve plaatsje 'Radiator Springs' uit de film 'Cars'.
Truxton Truxton was een echte laatkomer aan Route66. Het begon pas rond 1950 toen Clyde McCune en Jon Robinson besloten hier een benzinestation met restaurant en garage te openen. Ze kozen voor deze plek omdat ze begrepen hadden een eindje noordelijk een nieuwe dam in de rivier gebouwd zou worden en ze dachten goed te zitten aan het beginpunt van de toegangsweg naar die dam. Die dam is nooit gebouwd maar zolang Route66 het goed deed profiteerden zij er van mee en deden goede zaken.
Hier lopen de Santa Fe spoorbaan en de oude route66 parallel aan elkaar. Bij uitstek een gebied voor mooie foto's.
Bij Crozier Canyon is de Crozier Canyon Ranch, hier zijn nog de restanten van een brug te zien die voor 1939 deel uitmaakte van Route66. (foto: Jim Hinckley)
Valentine
3358k

In Valentine zie je nu nog het rode bakstenen gebouw van 2 etages waar sinds 1901 de kostschool voor indiaanse kinderen in gevestigd was. Deze kinderen werden weggehaald bij de stammen van de Hopi, Apache, Navaja, Papgo , Havasupai en Mohave indianen om hier opgevoed te worden als blanke kinderen. De school is in rond 1937 korte tijd gesloten geweest maar is daarna nog in gebruik geweest tot 1969.

Het dorpje Valentine had tot 1990 nog een eigen postkantoor waar ieder jaar duizenden brieven en kaarten afgeleverd werden om met een hartvormig poststempel alsnog naar de geadresseerde gestuurd te worden door de postmaster, mevrouw Jacqueline Grigg. Dat is gestopt op 15 augustus 1990 toen een man het postkantoor wilde beroven en Jacqueline daarbij doodschoot. Hij ging er van door met een klein bedrag in contact geld maar werd twee dagen later gearresteerd in Californie door een politie man die hem bij toeval hoorde praten over de beroving.

Jacqueline’s echtgenoot was zo verdrietig over de hele situatie dat hij met een bulldozer het postkantoor met de grond gelijk maakt waarna hij verdween.

 

Iets verderop, op de hoek van Antares Road en Route66, staat Giganticus Headicus, een beeld van ruim 4 meter hoog. Het is gemaakt van hout en daarna bepleisterd en geschilderd om zo te lijken op een Tiki hoofd uit Polynesie. Het is in 2004 gemaakt door ene Gregg Arnold  maar waarom hij dat deed is mij niet geheel duidelijk!

 Valentine school  
Hackberry
3367k
Van het eigenlijke plaatsje Hackberry is niet veel meer over al staat het goed onderhoud schoolgebouw er nog wel ondanks dat er al ruim 20 jaar geen les meer wordt gegegeven. Het is te vinden tegenover de Hackberry General Store:

View Larger Map

Bezienswaardigheid : Hackberry General Store
Dit is een van de beste souvenir winkels aan de gehele route, onder andere bekend van de tv programma's die Huub Stapel over de route maakte. Afgezien van de winkel hebben ze een hoop te zien in de vorm van oude auto's, varierend van een prachtige rode corvette tot een aantal oude roestige T-fords. Kijk ook eens achter het gebouw in de oude auto-werkplaats.
Telefoon : 928-769-2605

hackberry general store.jpg /images/Arizona/hackberry general store.jpg /images/Arizona/hackberry general store.jpg

Walapai
3389k
Bezienswaardigheid : Giganticus Headicus
Op de hoek van Route 66 en Antares Rd
Kingman
3410k
Bezienswaardigheid : Kingman Historic route66 museum
Een Route66 museum met een hoop lokale historie, open van 09:00 tot 18:00. Hier is ook het punt waar je precies 3.333,33 voet boven zee-niveau zit.
Adres : 120 West Andy Devine Ave.
Telefoon : 928-753-9889

Bezienswaardigheid : Het Mohave museum of History and Arts in Kingman is een fraai museum met zowel een echt museum als een gedeelte op hun website wat ze de 'Mohave memories' noemen. Beide zijn erg de moeite waard om te bezoeken!
Adres: 400 West Beale Street, Kingman
Telefoon : 928-753-3195

Website : http://www.mohavemuseum.org/
Mohave museum

Restaurant : Mr. D'z Route 66 Diner
Adres : 105 Andy Devine Ave
Website: http://www.mrdzrt66diner.com/
MrD'z Route66 diner begon ooit als een bezinepomp:
Mr D toen
maar ziet er nu heel anders uit:

Mr D nu

De diner is recentelijk uitgeroepen tot een van de beste diners langs de gehele route dus als je in de buurt bent en je hebt honger dan is dit een goede plaats om te stoppen.

Het El Trovatore motel is, na een slechte periode, weer open en de indrukwekkende neon-reclame doet het ook weer. De kamers zijn of worden opgeknapt en dit motel kon wel weer eens erg de moeite waard worden!

Heb je weinig tijd als je in ingman bent maar wil je toch wat meer weten over Route66 of de omgeving van Kingman neem dan even kontakt op met de eigenaar ven het El Trovatore motel, hij verzorgd tours in de omgeving.

El Trovatore tours

Net buiten Kingman hebben een Nederlandse vader en zoon een distillerderij opgezet waar je een rondleiding kunt krijgen. desert diamond

desert diamond

Chloride Vlak boven Kingman, aan de weg naar Las Vegas, ligt het oude plaatsje Chloride. Het was ooit een bloeiend mijnwerkersplaatsje maar toen de mijnen sloten werd het een ghosttown. Na enige tijd werden huizen overgenomen door artiesten en mensen die de stilte van het plaatsje prettig vonden. Nu is het een bewoonde Ghosttown maar best de moeite van het bezoeken waard! Wil je er heen neem dan de R93 naar Las Vegas en na ongever 14 mijl moet je bij de minimart rechtsaf slaan de Co Hwy125 op.
 
Cool Springs
Bezienswaardigheid : Cool Springs Camp
Deze was jarenlang een geliefde stop op dit traject maar is, na het verschijnen van I-40 verlaten en tot een ruine vervallen. Echter, recentelijk zijn er nieuwe eigenaren en is het herbouwd tot museum en souvenir winkel. Geopend van 10:00 tot 17:00, dinsdag tot en zondag.

Website : http://www.coolspringsroute66.com.
cool springs
(foto: Henk Bultman 2009)
In dit filmpje vertelt de eigenaar een (heel klein!) beetje over CoolSprings:

Ed's Camp 21 mijl voorbij Kingman - Ed's camp en het Kaktus Cafe.

Ed's camp


Al in 1776 werd deze plek gebruikt als stopplaats tijdens een expeditie van Father Francisco Garces.In 1919 kwam Lowell 'Ed' Edgerton hierheen omdat de droge woestijnlucht goed was voor zijn longen. Toen Route66 geopend werd opende hij hier een klein cafe (het Kactus Kafe) met winkeltje, een benzinepomp en een paar cabins. De lokatie werd ook gebruikt als halte door de Greyhound buslijnen.
In 1952 werd Route66 omgelegd en vanaf dat moment werd het stil al bleef Ed er wonen tot zijn dood in 1978. Het is al die tijd een primitieve plek beleven en is dat nog steeds. Het ligt op prive grondgebied dus het wordt afgeraden te betreden.

eds camp old

  road to Oatman Hier kom je op wat vroeger als een van de gevaarlijkste stukken van de route werd gezien. In vroeger tijden waren reizigers vaak zo bang voor dit stuk weg dat ze lokale mensen inhuurden om hun voertuigen te laten rijden. De weg is nu bekend onder de naam Oatman Highway en gaat via de Gold Hill Grade naar de Black Mountains. Na een aantal haarspeldbochten kom je bij Shaffer's Fish Bowl Springs. Het is erg simpel om hier voorbij te rijden omdat het nauwelijks aangegeven staat. Het is echter te zien doordat er treden zijn uitgehakt in de rots aan de linkerkant van de weg. Er is een kleine inham waar je kunt parkeren om naar Fish Bowl Spring te lopen.
De hele weg tegen de berg op is stijl en kronkelig maar heel erg mooi! (foto: Jim Hinckley)


Ooit werden in de mijnen in en rond Oatman ezels gebruikt om het erts te vervoeren. Toen de mijnen sloten werden de ezels gewoon los gelaten en ze wonen daar nu nog steeds. Kijk dus uit in deze omgeving, er kan opeens een ezel midden op de weg staan en ze zijn inderdaad vreselijk koppig. Zo maar aan de kant gaan hoef je dus niet altijd te verwachten!
Goldroad
Bezienswaardigheid : Goldroad & Sitgreaves pass
Net over het hoogste punt kom je bij een Ghosttown genaamd Goldroad. Het is weliswaar een ghosttown maar de goudmijn is nog volop in bedrijf!
Oatman
3460k
oatman postoffice(foto: Henk Bultman 2010)
De naam Oatman komt van Olive Oatman, een jonge vrouw uit Illinois die door de Apache Indians was gekidnapped en door hen werd gehouden als slaaf.
In 1908 werd er goud ontdekt en ging de eerste mijn open waarin dat jaar al 13 miljoen dollar aan goud uitgehaald werd.
Op deze foto uit 1914 ze je dat Oatman toen nog bestond uit een aantal tenten en wat simpele houten gebouwen.
Oatman 1914
In 1915 ging een tweede miijn open en daar werd in een jaar ruim 14 miljoen dollar aan goud opgegraven. In diezelfde periode groeide het inwonersaantal van Oatman naar 3500 en later in de jaren 20 was dat zelfs meer dan 10.000. In 1921 werd het grootste gedeelte van de (voornamelijk houten) gebouwen in het centrum verwoest door een brand en in 1924 werd het Durlin hotel herbouwd met 8 kamers. Zoals je op volgende foto kunt zien is de bebouwing sindsdien niet meer heel erg veranderd al zul je een kamer voor $1,50 per week zoals op deze foto nu echter niet meer vinden!
Oatman 1928
De saloon is haast behangen met 1-dollar biljetten met een datum en naam erop. Deze biljetten werden gebruikt door de mijnwerkers die zo hun dollar biljet terug konden vinden om drank te kopen als ze geen ander geld hadden.

Het verhaal gaat dat Clark Gable en Carole Lombard hier tijdens hun huwelijskreis overnacht hebben in 1939 en Clark Gable raakte zo gesteld op Oatman dat hij er nadien regelmatig terug kwam om poker te spelen met de mijnwerkers. Een ander verhaal gaat dat zij zoveel van het dorp en het hotel hielden dat hun geesten er nog steeds ronddwalen en dat mensen ze nog vaak horen praten en lachen. Er leven nog andere geesten in het hotel waaronder een geest genaamd Oatie, de geest van William Ray Flour, een ierse mijnwerker die achter het hotel stierf. (Al deze geesten schijnen vriendelijk te zijn.)

In 1924 sloot United Eastern Mines, de grootste oatmanwerkgever in de stad, zijn mijnen en in 1941 werder op last van de regering de overgebleven mijnwerkzaamheden gestopt om arbeiders vrij te maken voor andere mijnen. Het geluk voor Oatman was dat Route66 door de stad liep zodat er, ook na het sluiten van de mijnen, nog genoeg aktiviteit was. Van het begin van Route66 in 1926 tot aan 1952 liep Route66 dwars door het centrum heen. In 1952 werd Interstate40 geopend en na een korte tijd was de stad vrijwel verlaten. Dit is wel weer wat beeter geworden en de stad heeft nu ongeveer 100 vaste bewoners, een grote kudde ezels en veel toeristen.

Toen deze mijnen vrijwel uitgeput waren is het dorpje grotendeels verlaten en zijn de ezels die in de mijnen werden gebruikt als lastdieren vrij gelaten in de bergen. Ze lopen vrij rond en laten zich graag voeren door de toeristen. Je kunt op allerlei plaatsen wortels en zo kopen om de ezels te voederen maar pas op! Er lopen vaak wel jonge ezeltjes rond en doe mogen die wortels niet hebben, daar kunnen ze nog niet tegen. Als dat het geval is hebben ze een stickertje met een verbodsbord op hun voorhoofd,let daar svp pp!

Verder lopen er mensen rond in kleding uit de WildWest jaren die op straat revolvergevechten na spelen en is het plaatsje helemaal vol met souvenirsshops.



Op 20 juni 1856 werd er een interview met Olive Oatman gehouden waarvan de tekst in de St. Paul Daily Pioneer verscheen, hieronder de tekst van het stuk:

Several weeks ago we gave an account (copied from a San Francisco paper) of the rescue of a young white girl, Miss Olive Oatman, from the Mohave Indians. The Los Angeles Star gives the annexed interesting narrative of Miss Oatmans captivity among the Apaches, and subsequently, the Mohaves. It appears that her defenseless situation was entirely respected daring her residence among the Indians. After her release was effected, she traveled on foot three hundred miles, in ten days, to Ft. Yuma, accompanied only by the Indian guide, Francisco, three days of which they were entirely without food of any kind : So much interest has been manifested in the story of the captivity of Olive Oatman, that we visited her a few days since, when she gave as an intelligent account of her adventures, which is here embodied. This account we obtained only by asking questions, as her timidity and want of confidence prevented her from giving the details unassisted. Her faculties have been somewhat impaired by her way of life, but her friends assured us that in the short time she had been among them she had made very perceptible improvement.
The Oatmans started from Iowa, in company with the family of Mr. Thompson, with whom they traveled as far as Tucson, in Sonora, where .Mr. T. resolved to lay by, to recruit his cattle and wait for other trains to come up, so as to insure the safety of the road by numbers. But the Oatmans pushed on, impatient to get through, and met their fate on the Gila, about two hundred miles from the Colorado. Olive is rather a pretty girl, with a skin us fair as most persons who have crossed the plains. Her face is disfigured by tattooed lines on the chin, running obliquely and perpendicularly from her mouth. Her arms were also marked in a similar manner by one straight line on each. The operation consisted in puncturing the skin and rubbing a dye or pulverized charcoal into the wounds. It was about sunset when the attack was made, which resulted in the capture of herself and her little sister, Mary Ann. Olive was thirteen, and Mary Ann seven years of age. The Indians stripped her of her shoes and nearly all her clothing—her sister had no shoes on in the time—and they started off with the speed of horses in a northerly direction into a mountainous region. They traveled all night without resting. At noon next day they stopped a few minutes to breathe, and then hurried on again till night-fall, when they came into camp. She thinks they traveled a hundred miles. She was barefoot, and the sharp stones Lacerated her feet, and her blood sprinkled the whole distance. Whenever she lagged they would come behind her and beat her, to urge her on. Her sister soon gave out, but being small, the Indians carried her in their arms. The reason of their hurrying so rapidly, was clear lest they might be pursued. The clothes left to her were worn out, and fell from her back in two weeks, and then she matted together the bark of trees, and tied it around her person like the Indians. It was a slight covering, but it did not leave her entirely exposed. Among these Apaches Olive supposes they remained one year. At any rate, the same kind of season returned as that when she arrived. Time among the Indians is not noted. If they note it at all it is only by moons. The country was mountainous, and barren of grass or timber. The Indians live in the small valleys.
The girls were treated cruelly by these Indians. They were over tasked, and when they could not understand what was said to them, they were beaten. There was no timber or running stream. The only fuel to be had was scattered sage bushes ; and when it rained the water would collect in the holes of the rocks and these two little girls were compelled to pick all the wood and water from long distances upon their backs. They felt themselves to be slaves. The Indians told them they should never see their friends again, and controlled them as much as possible. There was no snow but they suffered from the cold in the winter. The Mohaves and Apaches were friends, and sometimes visited each other. It was during one of these visits that the Mohaves learned of these captives, and offered to purchase them. Apaches consented, and received in exchange a few pounds of beads, two horses and two blankets. They were ten days traveling, "like horses" as she describes it, to the Mohave villages, barefoot and over a rough mountainous country, each day stopping a short time at noon to rest. She thinks they traveled 350 miles in a northwest direction. On this journey they ate nothing until the fourth day, when they received a piece of meat about as large as her hand, and this kept them alive, There was no roots or berries, and they dared not ask the Indians for food. The Indians would kill such game as came in their way, but they did not offer it to their captives. She describes them as being too lazy to exert themselves to procure food, and only killing such game as chance brought to them. Her days had thus far been dark, and she was almost ready to despair. Not an act of kindness, nor a word of sympathy or hope had been addressed to her by her captors, who treated her and her sister as slaves.
Arrived among the Mohaves, the chief, whom she calls Espanasay, took them into his own family, and they were treated in every respect as his own children. The blankets were given to them for covering, food was divided with them and they were not obliged to labor but did pretty much as they pleased. Lands were allotted to them and they were furnished with seeds and raised their own corn, melons and beans as the Indians did. There is little or no rain on the Colorado, and the Mohaves depend upon the overflow of the river for the irrigation necessary to germinate and ripen their harvests. Sometimes there is no overflow of the river and much suffering follows. The Indians are too indolent to plant more than will suffice for their actual necessities. Three years ago there was no overflow and a famine was the consequence in which many perished.
It was in this famine that Olive suffered her greatest grief. Her little sister, Mary Ann, had endured all her captivity with her. They supposed that they were alone of their family as they had suffered together the cruelties of the savages but they had not been separated. They could sympathize and cheer each other in their dreariness and sometimes they would whisper together a faint hope of future redemption. But now came the trial. The child wasted away by degrees, she knew that she was to die and talked calmly of death to Olive. She had no disease but there was no food and she wasted miserably in the famine that desolated the tribe. Olive herself was near starving, but the strength of her constitution saved her life. She speaks of the chiefs wife in terms of the warmest gratitude. A mother could not have expressed more kind-hearted sympathy than did this good woman, whose gentle treatment saved her life.
This woman had laid up seeds to plant, and which even the dying groans of her own people could not make her bring out. When she saw Olives distress she ground the corn between stones, made a gruel and fed it to her not reserving any even to herself.
The Mohaves always told her she could go to the white settlements when she pleased but they dared not go with her fearing they might be punished for having kept a white woman so long among them nor did they dare to let it be known that she was among them. Before the arrival of the Indian messenger charged to release her she heard of his departure from the fort by an Indian runner. Her joy was very great but she forced herself to appear very indifferent lest the Indians should still retain her. She had little confidence in her sincerity when they gave her permission to leave them because they refused to go with her and they knew she would not go alone. At length Francisco the Yuma arrived with the requisition from Capt. Burke for her delivery. The packet was examined by the Indians but no one understood it. It was put into her hands to explain. It was written in a bold, round hand, the letters being a third of an inch long. It was the first word of English she had seen for five long weary years and she could not restrain her emotion. The cold chill of Indian reserve seemed to melt away and she saw before her mind the old home scenes and happy voices seemed to welcome her return. She readily deciphered the meaning of that rescript and communicated it to the assembled Indians. Accompanying it were six pounds of white beads, four blankets, and some other trinkets to be given in exchange. These were accepted and the chief told her that she was at liberty to depart for her friends. Many of the Indians however objected to her going, fearing they would be punished as her captors. The chiefs wife, the kind woman who saved her life in the famine, cried a day and a night as if she were losing her own child and then gave her up. With the guide she started for the fort with a light heart on foot as usual.
Topock
3500k